solo reizen

Hoe vaak ik wel niet hoor dat solo reizen saai is, is inmiddels niet meer op twee handen te tellen. En keer op keer moet ik weer uitleggen dat het niet zo is. Stop de persen: solo reizen is dus. niet. saai.

À la, ik snap het wel: je bent alleen, en je gaat er bij voorbaat gewoon al vanuit dat je je gaat vervelen. Misschien denken jullie dat ik mensenvrees heb en het liefst volledig in mijn eentje de weg bewandel en daarom zo’n vreemde vogel ben die wél graag alleen reist. Dat dát de échte reden is dat ik gewoon onbezorgd op stap ga in m’n uppie.

Maar niet dus. Hierbij waarom het dus níet saai is (en ik niet saai ben – overigens). En waarom solo reizen de overweging waard is. Juist ja – ook door jou.

 

 

Je bent werkelijk nooit alleen

Maar dan ook echt: je bent werkelijk nooit alleen. Ja, als je er voor kiest natuurlijk wel. Maar hoe ‘eenzamer’ je op pad gaat; hoe meer aanspraak je krijgt. Hoe meer mensen je überhaupt zelf aanspreekt. En hoe meer binding je krijgt met iedereen die je tegenkomt. Fact is: doordat je alleen bent word je juist uitgedaagd om rond te kijken en een gesprek aan te gaan met een vreemde. Wees eerlijk; wanneer je op pad bent met iemand anders, heb je die behoefte helemaal niet. Je hebt genoeg aan de persoon met wie je bent, dus blijf je daarbij. Die reden valt weg dus, wanneer je alleen bent. Je kan alle kansen aangrijpen, en alle kansen aangrijpen zal je.

 

Alles wat je doet ziet gelukkig niemand

In Italië heb ik op één dag ongeveer alle dagen de hele dag zitten eten. En op die momenten ben ik vooral heel erg blij dat er niemand om me heen hangt die zegt: ‘alweer?’ * insert jugemental look *. Nou wil ik de hele dag eten niet persé stom noemen – maar er is in ieder geval niemand die je op je vingers tikt. En als je dan een grote rode klodder pastasaus morst en de rest van de dag door het leven moet die vlek – pontificaal in gezichtsveld – is er niemand die je uit kan lachen. Of, ja, die mensen zijn er wel – maar die zie je toch allemaal nooit meer.

Die vrijheid, vind ik zelf wel lekker wanneer ik reis. Alles wat ik doe kan ik doen zonder meningen of input van ander – en zonder collectief geheugen. Alles wat ik doe op reis, doe ik dus omdat ik dat wil doen. En dat is best fijn. Je mag lekker gek doen – je kan uit volle borst zingen wanneer je over straat loopt – je kan jezelf voordoen als een astronaut uit Amerika – who cares?! Maak er een spelletje van!

Je komt nog eens ergens

Om te beginnen: je gaat überhaupt al reizen. En hoogstwaarschijnlijk kon je niet met diezelfde frequentie reizen wanneer je moest wachten tot iemand met je mee wou. Je komt dus, in den beginne, al ergens. Maar wanneer ik solo reis ga ik dwalen. Ik heb ben namelijk niet zo van de reisplannen maken, en meestal beslis ik à la minute wat ik ga of wil doen – en meestal bedenk ik me ook heel vaak dat ik gewoon even nergens zin in heb en koffie wil drinken.

Maar nergens hoeven zijn (want samen maak je (meestal) reisplannen en (meestal) hou je je daar dan ook aan), brengt je ergens. Want daardoor heb je de tijd om lokale winkeltjes in te wandelen en je neus in alle kruiden te stoppen, om doelloos te dwalen door straten en om het dagelijks leven op plek-van-bestemming even goed in je op te nemen. Hoogstwaarschijnlijk heb je een véél betere indruk van een bestemming dan dat je samen ooit had gehad.

Je gedachten krijgen plaats

Als ik dan weer ergens ga zitten met mijn koffie bedenk ik me altijd zesduizend random dingen. Maar omdat ik verder niets hoef te doen dan mensen te kijken, krijgen die gedachten wel al snel een plaats. En das fijn – om even de ruimte te hebben om na te denken. Want vakantie blijft vakantie – en we hebben af en toe nou eenmaal de ruimte nodig om alle stress te laten gaan en te resetten. Dus af en toe is niet sociaal te hoeven doen écht een uitkomst. En ongestoord genieten van je reis ook – want daarom ben je op reis, toch?

 

Je krijgt er zelfvertrouwen van

Ik heb mezelf werkelijk waar beter leren kennen door al dat solo gereis. Ik vind mezelf inmiddels prima gezelschap en kan best wel een tijdje om mezelf lachen. Dat neem je dan weer mee naar huis – en door alleen op reis te ‘kunnen’ wordt het leven thuis ook weer ‘makkelijker’.

Je komt namelijk nog al eens voor moeilijkheden te staan tijdens het reizen. Reizen is namelijk niet altijd alleen maar koek en ei. Je verdwaalt wel eens, stuit op taalbarrières en mist af en toe een bus (of je neemt de verkeerde (meestal door een taalbarrière (en dan verdwaal je))). Maar het komt altijd goed. En dat je dat in je eentje voor elkaar hebt gekregen voelt goed – en dat neem je hoe dan ook mee naar huis.