Texel

Neem de titel maar alvast met een korrel zout want god weet welke mooie plekjes op de wereld ik nog tegen kom. Ik ben nog niet eens op de helft van alle plekjes op de aarde geweest. Maak daar trouwens maar iets meer van. Iets maar hoor.

Ik blijf het, tot irritatie van anderen, tot in den einde herhalen. Texel is leuk en ik denk niet dat ik ooit ophoud met verliefd te zijn op ons kleine waddeneiland.
De grootste boosdoener van dit eeuwige relaas is een jeugdsentiment. Texel voelt als mijn tweede thuis. Al sinds ik me kan herinneren ga ik jaarlijks richting eiland om daar de winter te vertoeven. Sterker nog: ik kan me geen feestdagen herinneren die ik ergens anders heb doorgebracht dan op Texel. En ik blijf er van overtuigd: ooit, als ik oud en gammel ben, slijt ik mijn oude dag op de wadden en ga ik hier lekker mijn pensioen uitzitten. Mocht, je weet wel, de klimaatopwarming me niet voor zijn.

Maar ik ben fan van Texel en ik ben net weer terug van een weekje wadden dus ik zit er nog vol mee. Dus hier krijg je ‘t: precies waarom ik zo blij word van Texel.

Texel

Land in zicht

Reden 1: zal ik mijn eerste reden beginnen met een belachelijke quote waar zo nu en dan ineens (erg ergerlijk) een beetje waarheid in zit? ‘Het gaat om de reis – niet om de bestemming.’

Nou is dat met Texel niet perse het geval – anders had dit artikel wel ‘waarom de Teso mijn favoriete plekje op aard is’ geheten en zo heet ‘ie toevallig niet. Maar die boot jongens, dat is toch al wel een ervaring op zich. Ik woon, laten we zeggen, niet echt om de hoek van de wadden. Dat betekent dat ik toch wel zoetjes drie uur in de auto zitten voor ik überhaupt bij die verdomde boot (of is het een schip?) aankom. Maar daar wachten op die boot, wat soms met dikke pech een uur kan duren, voelt toch altijd wel als een spannend deel van ‘thuis komen’.

Telkens wanneer ik richting Texel ga bedenk ik me hoe waarschijnlijk het is dat de meeste toeristen die Amsterdam even ‘doen’ niet eens doorhebben dat Nederland beschikt over haar eigen eilandjes. En daar sta je dan, te wachten op je boot, met land in zicht. Meer vakantiegevoel dan dat krijg je in Nederland niet. En dat voelt speciaal en ik word er op de een of andere manier nationalistisch van. Maar bovenal voelt het dus als thuis komen – het is dat laatste stukje van die reis waar ik altijd weer vrolijk van word.

Ok. Genoeg gezegd over de boot. Het blijft een boot.

De zee klinkt fijn, wist je dat?

Ik slaap altijd in een huisje ergens bij de Koog. Wat, overigens, volgens de Texelaars die ik gesproken heb ‘dan weer jammer is’. Maar als ik dan mijn hondje uit laat in een bos, ergens bij de Koog, hoor ik altijd de zee op de achtergrond. Ergens achter de duinen, voor mijn gevoel nog redelijk ver weg. Je voelt altijd die zoute zee wind en je hoort echt altijd, altijd die zee. Als ik een gevoel van rustgevend mag omschrijven – dan is dat het wel. Ik ben fan van de zee. Als je me langer kent dan vandaag wist je dat allang. Ik word altijd blij van de oceaan. Dus dan zou je zeggen dat je op Texel wel op de juiste plek bent.

 

Texel

Over rust gesproken..

Hoogstwaarschijnlijk wanneer je leest wat ik hier typ denk je ‘hoe dan?’. Want ik gok dat ik, doordat ik Texel altijd in de winter bezoek, een zéér ander beeld van het eiland dan het overgrote deel van de toeristen. Maar Texel voor mij betekent rust – want wanneer ik er ben is er vrijwel niets te doen, is het op een aantal natuurliefhebbers na redelijk uitgestorven en is het buiten stil. Dat is toch enig? Trouwens, ik woon in een stad. Voor mij is het, naast enig, ook zeldzaam.

We houden allemaal van eten

..Maar op Texel is eten al helemaal leuk. Texel heeft veel horeca. En das logisch, want het blijft een stukkie Nederland dat leeft van toerisme. Nou heb je natuurlijk al al die strandtentjes die je kan vinden langs het (duh) strand, en ook al is het eten (soms) bagger, ze zijn toch altijd al leuk. Om het uitzicht alleen al kan ik dagen in die strandtentjes luieren – ja, zelfs in de winter. Maar verspreid over het hele eiland vind je echt de meest fantastische horecazaken. Je moet ze alleen even weten te vinden – zoals Gusta, of Paal 15, of de 12 Balcken, of het Pakhuus (ik eet geen vis maar schijnt een paleis te zijn voor vismensen). Op Texel hoef je niet veel meer te doen dan eten. Dat was ook eigenlijk precies wat ik in petto had voor mijn pensioen.

Eigenlijk is het er ook gewoon mooi. Punt.

Die eindeloze duinen.. godsamme dat is toch wel het hoogtepunt. De wadden en de duinen van Texel zijn niet voor niets beschermd én UNESCO. Jaja. Dat betekent dat Texel gewoon heel erg mooi is. Of nou ja, UNESCO staat niet direct voor ‘heel erg mooi’ maar ik vind Texel dus gewoon héul erg mooi. Want dus die duinen, die lieve boerderij-achtige huisjes, al die schaapies, die vuurtoren en die kleine, poepige dorpjes: Texel. Is. Gewoon. Mooi.

TexelTexel