Surfen in Portugal

Ik ben als de dood voor water. Ik weet niet waarom. Maar al zo lang ik me kan herinneren ben ik echt als de dood voor water. Mijn moeder meent dat het een trauma is, van toen ik als piepjonge Yvonne ooit overboord kukelde van een kano. Maar dat kan ik me niet meer herinneren – zal wel verdrongen zijn.

Als kind durfde ik niet meer op boten, vond ik het na zwemdiploma-A wel weer welletjes en ging ik nooit graag de zee in. Nog steeds niet. Absoluut niet. Zo nu en dan ‘moet’ ik snorkelen, omdat ik weet dat ik er spijt van krijg als ik het niet doe. Maar ervan houden doe ik niet. Ik raak claustrofobisch van water. Ik paniek als een ballon in de oorlog. Bah. Water.

Surfen in Portugal
Surfen in Portugal
 

RECENT DEED IK DAN OOK IETS ONTZETTEND GEKS.

Iets wat totaal niet in het beeld past wat menig persoon (inclusief ikzelf) van mij heeft: ik boekte een surfvakantie. Hoe gek, dat iets wat je eigenlijk dood eng vindt, iets is waar je ontzettend naar uit kijkt.

Ik ben er nog niet helemaal achter hoe dit werkte in mijn hoofd. Maar echt; ik had zo ontzettend veel zin om te surfen. Ik had het nog nooit gedaan, ik had er überhaupt nog nooit aan gedacht, ik had het nog nooit als optie gezien. Maar man, ik wou zo ontzettend graag surfen. De hoe en wat regelde ik later wel – ik boekte zover van te voren dat ik over de angst nog niet echt na hoefde te denken. Held op sokken. Met die vakantie sleepte ik mijn zus met me mee. Cascais, Portugal: The Salty Pelican (ofwel, The Tasty Pigeon, zoals mijn zus meende dat het heette) was geboekt.

6 Maanden later zitten we dan. In een ultra hip surf en yoga hostel ergens aan de kust van Portugal, vlak boven Lissabon. Op de planning staat iedere dag een surf les genoteerd. En yoga les. Maar dat is niet zo spannend. Vooral heel relaxend. Ergens begint het al te kriebelen: als ik dat busje instap, richting strand, kan ik niet meer terug.

Surfen in Portugal

DOODENG.

Althans voor een meisje die amper kan zwemmen en in paniek raakt als ze niet kan staan. Hoe moet surfen in godsnaam goed gaan komen? En toch, stap ik, aan het handje van mijn zus braaf de surf-bus in, kruip ik in mijn wetsuit, sleep ik enigszins ongemakkelijk mijn surfplank over het strand en luister ik met grote ogen naar de veiligheidsuitleg. Ofwel: word ik er even aan herinnerd wat er allemaal fout kan gaan wanneer ik het water in ga.

Maar toch – dapper loop ik het water in, kruip ik mijn surfplank op en lach ik.

Een week lang sukkel ik op mijn surfplank – krijg ik pas na uren door hoe ik recht op moest staan op dat ding en heb ik golfen en zout water gehapt alsof ik nooit te drinken krijg. Echt waar: het is fantastisch. Wat is het ongelofelijk fantastisch om zoiets spannends te doen waarmee je je eigen lef met sprongen voorbij gaat. Hoe mooi is het om te zien wat er gebeurt wanneer je los laat – en doet zonder te denken. Wat is het mooi als je zoiets puurs eigen maakt en ontdekt waar je het allemaal voor doet – dat reizen. Nog nooit heb ik zo’n pure vrijheid ervaart als tijdens deze week. Op mijn plankie. Pure vrijheid. Te midden van de golfen, de snelheid, zonder zorgen en zonder gedachten.

Angsten overwinnen is zo erg nog niet. Reizen trouwens ook niet.